Unicorn4u's Blog

02/26/2010

Privacywet? so what!

Gearchiveerd onder: Minister De Clerck — Tags:, — unicorn4u @ 17:20

“Stefaan De Clerck lapt privacywet aan zijn laars”

03/04/’09 Volgens de privacycommissie is minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) zijn boekje te buiten gegaan. Hij zou adressen van huwelijksjubilarissen hebben opgevraagd om hen een felicitatiebrief te sturen.

Op de briefomslag prijkt het adres ‘Waterloolaan 115 in Brussel’, de plaats waar de federale overheidsdienst Justitie en het kabinet van Stefaan De Clerck zijn gevestigd. De brief was gericht aan de burgemeesters van het arrondissement Kortrijk met de volgende boodschap:

Uit respect
“Geachte burgemeester, uit ervaring weten we dat huwelijksjubilarissen ervan houden om in de bloemetjes te worden gezet. Om de feestvierders van een (…) jubileum te eren, wil ik deze mensen graag aanschrijven en feliciteren. Is het daarom mogelijk mij de gegevens door te sturen van de jubilea?”

Willem Debeuckelaere, de voorzitter van de privacycommissie, vindt het initiatief van De Clerck niet kunnen. “Wie gegevens opvraagt uit het bevolkingsregister, kan die pas krijgen als daar een gegronde bestuurlijke reden voor bestaat. Het is niet de bedoeling dat persoonsgegevens worden gebruikt voor politieke propaganda. Dat druist in tegen de geest van de privacywetgeving”, aldus Debeuckelaere.

Minister De Clerck zelf ziet geen problemen. “Ik doe dat uit respect voor de mensen die zo lang getrouwd zijn. De privacy is daarmee niet geschonden.”

02/11/2010

Detentieplanning: op papier…

Gearchiveerd onder: Justitiediensten — Tags: — unicorn4u @ 20:06

Detentieplanning

Basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden Wet van 12/01/2005   Belgisch staatsblad 01/02/2005

HOOFDSTUK I

Onderzoek naar de persoon en de levenssituatie van de veroordeelde

Zodra de veroordeelde ingesloten en onthaald werd, wordt een aanvang gemaakt met een onderzoek naar zijn persoon en levenssituatie met het oog op het opstellen van het in artikel 38 bedoelde individueel detentieplan.

Van dit onderzoek kan worden afgezien wanneer dit, gelet op de korte duur van het te ondergaan gedeelte van de vrijheidsstraf, niet aangewezen is en de veroordeelde hiermee instemt of wanneer de veroordeelde geen detentieplan wenst. De instemming of de omstandigheid dat de veroordeelde geen detentieplan wenst, waarop door de veroordeelde steeds kan worden teruggekomen, wordt opgetekend in een door de Koning vast te stellen formulier.

Indien de veroordeelde reeds een vrijheidsstraf ondergaat, mag het onderzoek beperkt blijven tot aangelegenheden die rechtstreeks van belang zijn om een reeds bestaand individueel detentieplan eventueel bij te stellen.

Wat is het doel van een detentieplan en waarom is een onderzoek  naar de persoon en de levenssituatie van de veroordeelde hierbij belangrijk?

1° om de schade door de gevangenneming voor de gevangene zoveel mogelijk te beperken.

2° om het doel van de straf te individualiseren;

3° om, zo nodig, de beslissing tot plaatsing oordeelkundig bij te stellen op grond van gegevens die worden verkregen tijdens het in de bepalingen onder 1° en 2° bedoelde onderzoek.

De veroordeelde heeft het recht kennis te nemen van de onderzoeksresultaten.

Wanneer omstandigheden eigen aan de problematiek van de veroordeelde of aan het misdrijf waarvoor hij veroordeeld werd een bijzonder onderzoeksprogramma noodzakelijk maken, kan de veroordeelde met het oog op dit onderzoek overgeplaatst worden naar een door de Koning aan te wijzen gespecialiseerd centrum.

HOOFDSTUK II. – Individueel detentieplan

Op basis van het voormelde  onderzoek naar de persoon en de levenssituatie van de gevangene wordt, in overleg en met medewerking van de veroordeelde, een individueel detentieplan uitgewerkt.

Het detentieplan wordt opgesteld in de strafinrichting of de afdeling waar de veroordeelde geplaatst is of waarnaar hij werd overgeplaatst.

Het individueel detentieplan bevat:

• een schets van het detentietraject

• in voorkomend geval, een schets van de activiteiten die op herstel gericht zijn, met name de schade die de slachtoffers opgelopen hebben.

• de eventuele adviezen over overplaatsingen die voor de veroordeelde redelijkerwijze in het vooruitzicht kunnen worden gesteld, rekening houdend met de duur van de uitgesproken straffen, met de criteria voor de toepassing van bijzondere wijzen van tenuitvoerlegging en van vervroegde invrijheidstelling of met de datum van definitieve invrijheidstelling.

• voorstellen van activiteiten waaraan de veroordeelde zal deelnemen, zoals :

  1. 1° in het kader van de strafuitvoering beschikbare of beschikbaar te stellen arbeid;
  2. 2° onderwijs- of vormingsprogramma’s, opleidings- of omscholingsactiviteiten en andere activiteiten die op reïntegratie gericht zijn;
  3. 3° psychosociale begeleidingsprogramma’s of medische of psychologische behandelingsprogramma’s.
  4. Het detentieplan wordt opgesteld rekening houdend met de mogelijkheden van de gedetineerde en van de penitentiaire administratie.

Het detentieplan wordt opgenomen in een samenwerkingsprotocol dat ondertekend wordt door de veroordeelde en door de directeur.

Het individueel detentieplan wordt, in samenwerking met de veroordeelde, in de loop van de detentie zoveel als nodig aangevuld, nader geconcretiseerd en bijgestuurd, onder meer in functie van de evolutie van de veroordeelde en van gerechtelijke of administratieve beslissingen die zijn detentietraject beïnvloeden of kunnen beïnvloeden.

02/06/2010

Wet 17/05/06 : de door de minister toe te kennen strafuitv. modaliteiten

Gearchiveerd onder: Wetten en verdragen — Tags: — unicorn4u @ 21:13

Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de

veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer

toegekende rechten in het raam van de

strafuitvoeringsmodaliteiten

TITEL I. – Algemene bepaling
Art.1.
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
TITEL II. – Definities
Art. 2.
Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder :
1° de minister : de Minister van Justitie;
2° de veroordeelde : een natuurlijke persoon die veroordeeld is tot een vrijheidsstraf krachtens een gerechtelijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan;
3° de directeur : de ambtenaar belast met het lokaal bestuur van de gevangenis of de afdeling waar de gedetineerde verblijft;
4° de strafuitvoeringsrechter : de voorzitter van de strafuitvoeringsrechtbank;
5° het openbaar ministerie : het openbaar ministerie bij de strafuitvoeringsrechtbank;
6° het slachtoffer : de volgende categorieën van personen die bij de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit kunnen vragen om te worden geïnformeerd en/of te worden gehoord in de door deze wet bepaalde gevallen, volgens de door de Koning bepaalde regels :
a) de natuurlijke persoon wiens burgerlijke vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;
b) de persoon die minderjarig, verlengd minderjarig of onbekwaam was op het ogenblik van de feiten en voor wie de wettelijke vertegenwoordiger zich geen burgerlijke partij heeft gesteld;
c) de natuurlijke persoon die zich omwille van een situatie van materiële onmogelijkheid of kwetsbaarheid geen burgerlijke partij heeft kunnen stellen.
Ten aanzien van de onder b) en c) genoemde categorieën, oordeelt de strafuitvoeringsrechter op hun verzoek, overeenkomstig de bepalingen van Titel III, of ze een direct en legitiem belang hebben;
7° staat van herhaling : de herhaling zoals gedefinieerd door het Strafwetboek en door bijzondere strafwetten en die is vastgesteld in het vonnis of arrest van veroordeling door de uitdrukkelijke verwijzing naar de veroordeling die aan de herhaling ten grondslag ligt;
8° Nationaal Centrum voor Elektronisch Toezicht : de dienst binnen de federale overheidsdienst Justitie die bevoegd is voor de uitwerking en de opvolging van het elektronisch toezicht.

TITEL III. – Bepalingen inzake het slachtoffer
Art.3
§ 1. De in artikel 2, 6°, b) en c) bedoelde personen die in de door de wet bepaalde gevallen wensen te worden geïnformeerd of gehoord bij de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit, richten een schriftelijk verzoek aan de strafuitvoeringsrechter.
De griffie zendt onverwijld een afschrift van het verzoek over aan het openbaar ministerie. Het openbaar ministerie geeft een advies binnen zeven dagen na ontvangst van het afschrift.
§ 2. De in § 1 bedoelde personen kunnen zich te allen tijde laten vertegenwoordigen of bijstaan door hun raadsman. Zij kunnen zich eveneens laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een door de Koning hiertoe erkende vereniging.
§ 3. Indien de strafuitvoeringsrechter dit nuttig acht om te kunnen oordelen over het direct en legitiem belang, kan hij de verzoeker vragen om op een zitting hieromtrent verdere informatie te verstrekken. Deze zitting moet plaatsvinden ten laatste één maand na de ontvangst van het in § 1 bedoelde verzoek.
§ 4. De strafuitvoeringsrechter oordeelt over het direct en legitiem belang binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek of, indien er een zitting heeft plaatsgevonden, binnen vijftien dagen nadat de zaak in beraad is genomen. De beslissing wordt bij een ter post aangetekende brief meegedeeld aan de verzoeker. De beslissing wordt eveneens onverwijld meegedeeld aan de minister.
§ 5. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
TITEL IV De door de minister toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten


HOOFDSTUK I. – De uitgaansvergunning

Art.4-5
Art. 4.
§ 1. De uitgaansvergunning laat de veroordeelde toe om de gevangenis te verlaten voor een bepaalde duur die niet langer mag zijn dan zestien uren.
§ 2. De uitgaansvergunningen kunnen op elk moment van de detentieperiode aan de veroordeelde worden toegekend om :
1° sociale, morele, juridische, familiale, opleidings- of professionele belangen te behartigen die zijn aanwezigheid buiten de gevangenis vereisen;
2° een medisch onderzoek of een medische behandeling buiten de gevangenis te ondergaan.
§ 3. Tijdens de twee jaren die de datum voorafgaan waarop de veroordeelde tot voorwaardelijke invrijheidstelling kan worden toegelaten, kunnen aan die veroordeelde uitgaansvergunningen worden toegekend om zijn sociale reïntegratie voor te bereiden.
Deze uitgaansvergunningen kunnen met een bepaalde periodiciteit worden toegekend.
§ 4. De uitvoering van de vrijheidsstraf loopt voort tijdens de duur van de toegekende uitgaansvergunning.

Art. 5. De uitgaansvergunning wordt toegekend op voorwaarde dat :
1° de veroordeelde zich in de tijdsvoorwaarden bevindt bedoeld in artikel 4, §§ 2 en 3;
2° er in hoofde van de veroordeelde geen tegenaanwijzingen bestaan waaraan men niet tegemoet kan komen door het opleggen van bijzondere voorwaarden; deze tegenaanwijzingen hebben betrekking op het gevaar dat de veroordeelde zich aan de uitvoering van zijn straf zou onttrekken, op het risico dat hij tijdens de uitgaansvergunning ernstige strafbare feiten zou plegen of op het risico dat hij de slachtoffers zou verontrusten;
3° de veroordeelde instemt met de voorwaarden die aan de uitgaansvergunning kunnen worden verbonden krachtens artikel 11, § 3.

HOOFDSTUK II. – Het penitentiair verlof

Art.6-9
Art. 6.
§ 1. Het penitentiair verlof laat de veroordeelde toe de gevangenis driemaal zesendertig uren per trimester te verlaten.
§ 2. Het penitentiair verlof heeft tot doel :
1° de familiale, affectieve en sociale contacten van de veroordeelde in stand te houden en te bevorderen;
2° de sociale reïntegratie van de veroordeelde voor te bereiden.
§ 3. De uitvoering van de vrijheidsstraf straf loopt voort tijdens de duur van het toegekend penitentiair verlof.

Art. 7.
Het penitentiair verlof wordt toegekend aan elke veroordeelde die voldoet aan de volgende voorwaarden :
1° de veroordeelde bevindt zich in het jaar dat de datum voorafgaat waarop hij tot voorwaardelijke invrijheidstelling kan worden toegelaten;
2° er bestaan in hoofde van de veroordeelde geen tegenaanwijzingen waaraan men niet tegemoet kan komen door het opleggen van bijzondere voorwaarden; deze tegenaanwijzingen hebben betrekking op het gevaar dat de veroordeelde zich aan de uitvoering van zijn straf zou onttrekken, op het risico dat hij tijdens het penitentiair verlof ernstige strafbare feiten zou plegen of op het risico dat hij de slachtoffers zou verontrusten;
3° de veroordeelde stemt in met de voorwaarden die aan het penitentiair verlof kunnen worden verbonden krachtens artikel 11, § 3.

Art. 8.
Drie maanden voor de veroordeelde zich in de door artikel 7, 1°, bepaalde tijdsvoorwaarde bevindt, licht de directeur de veroordeelde schriftelijk in over de mogelijkheden tot toekenning van penitentiaire verloven.
De veroordeelde richt zijn schriftelijk verzoek tot penitentiair verlof aan de directeur.
De directeur kan de Dienst Justitiehuizen van de federale overheidsdienst Justitie opdragen een beknopt voorlichtingsrapport op te stellen of een maatschappelijke enquête te houden in het door de veroordeelde voor het penitentiair verlof voorgestelde opvangmilieu. De Koning bepaalt de inhoud van dat beknopt voorlichtingsrapport en van
die maatschappelijke enquête.
Binnen twee maanden na de ontvangst van het verzoek, stelt de directeur een met redenen omkleed advies op en zendt hij het verzoek en zijn met redenen omkleed advies over aan de minister of zijn gemachtigde en bezorgt de veroordeelde een afschrift ervan.

Art. 9.
Indien het advies van de directeur niet wordt meegedeeld binnen de in artikel 8, vierde lid, bepaalde termijn, kan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg op schriftelijk verzoek van de veroordeelde, de minister op straffe van een dwangsom veroordelen tot het uitbrengen van zijn advies, via de directeur, binnen de termijn voorzien door de voorzitter
van de rechtbank van eerste aanleg en om aan de veroordeelde een afschrift van dit advies ter kennis te brengen.
De voorzitter doet uitspraak na de veroordeelde en de minister of zijn gemachtigde te hebben gehoord, op advies van het openbaar ministerie, binnen vijf dagen na ontvangst van het verzoek.
Tegen deze beslissing staat geen enkel rechtsmiddel open.

HOOFDSTUK III. – Bepalingen die gemeen zijn aan de hoofdstukken I en II
Afdeling I. – De procedure tot toekenning van de uitgaansvergunning en het penitentiair verlof

Art.10-11
Art. 10.
§ 1. De uitgaansvergunning of het penitentiair verlof wordt toegekend door de minister of zijn gemachtigde, op verzoek van de veroordeelde en na een met redenen omkleed advies  van de directeur. Het advies van de directeur bevat, in voorkomend geval, een voorstel van bijzondere voorwaarden die hij nodig acht op te leggen.
§ 2. Binnen veertien dagen na de ontvangst van het dossier neemt de minister of zijn gemachtigde een beslissing. Deze met redenen omklede beslissing wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk meegedeeld aan de veroordeelde, het openbaar ministerie en de directeur.
Indien de minister of zijn gemachtigde oordeelt dat het dossier niet in staat is en er bijkomende informatie noodzakelijk is om een beslissing te kunnen nemen, kan deze termijn éénmalig met zeven dagen worden verlengd. De minister of zijn gemachtigde deelt dit onverwijld mee aan de directeur en de veroordeelde.
Het slachtoffer wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk in kennis gesteld van de toekenning van een eerste penitentiair verlof.
§ 3. Indien de uitgaansvergunning, bedoeld in artikel 4, of het penitentiair verlof wordt geweigerd, kan de veroordeelde een nieuwe aanvraag indienen ten vroegste drie maanden na de datum van deze beslissing.
De beslissing van de minister of zijn gemachtigde wordt met redenen omkleed.
§ 4. Bij gebrek aan een beslissing binnen de bepaalde termijn wordt de minister geacht de uitgaansvergunning of het penitentiair verlof toe te kennen. Aan deze uitgaansvergunning of dit penitentiair verlof worden de bijzondere voorwaarden gekoppeld die de directeur, in voorkomend geval, overeenkomstig § 1, heeft voorgesteld.

Art. 11.
§ 1. De beslissing tot toekenning van een uitgaansvergunning bepaalt de duur ervan en, in voorkomend geval, de periodiciteit ervan.
§ 2. Behoudens andersluidende beslissing van de minister of zijn gemachtigde wordt de beslissing tot toekenning van penitentiair verlof geacht van rechtswege elk kwartaal te worden hernieuwd. De directeur beslist, na overleg met de veroordeelde, over de verdeling van het toegestane verlof voor elk trimester.
§ 3. De minister of zijn gemachtigde verbindt aan de beslissing tot toekenning van een uitgaansvergunning of een penitentiair verlof de algemene voorwaarde dat de veroordeelde geen nieuwe strafbare feiten mag plegen. In voorkomend geval bepaalt hij de bijzondere voorwaarden rekening houdend met de bepalingen van de artikelen 5, 2°, en 7, 2°.
§ 4. Bij wege van een met redenen omklede beslissing kan de minister of zijn gemachtigde ambtshalve, op verzoek van de veroordeelde, dan wel op voorstel van de directeur of van het openbaar ministerie, de in § 3, bedoelde bijzondere voorwaarden aanpassen.
Afdeling II. – Maatregelen in geval van niet-naleving van de voorwaarden en voorlopige aanhouding

Art.12-14
Art. 12.
§ 1. Indien de voorwaarden van een beslissing tot toekenning van een uitgaansvergunning, verleend met een zekere periodiciteit, niet worden nageleefd, kan de minister of zijn gemachtigde beslissen om :
1° de voorwaarden aan te passen;
2° de beslissing te schorsen voor een periode van maximum drie maanden, te rekenen van de laatste toegekende uitgaansvergunning;
3° de beslissing te herroepen; in dit geval kan de veroordeelde een nieuw verzoek indienen ten vroegste drie maanden na de datum van deze herroeping.
§ 2. In geval van niet-naleving van de voorwaarden van een beslissing tot toekenning van een penitentiair verlof kan de minister of zijn gemachtigde beslissen om :
1° de voorwaarden aan te passen;
2° de beslissing te schorsen voor een periode van maximum drie maanden, te rekenen van het laatste toegekende verlof;
3° de beslissing te herroepen; in dit geval kan de veroordeelde een nieuw verzoek indienen ten vroegste drie maanden na de datum van deze herroeping.

Art. 13.
Binnen veertien dagen te rekenen van de dag na de kennisneming van de niet-naleving van de voorwaarden neemt de minister of zijn gemachtigde een beslissing. Deze met redenen omklede beslissing wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk meegedeeld aan de veroordeelde, het openbaar ministerie en de directeur.
Ingeval het een beslissing betreft die genomen is overeenkomstig artikel 12, § 2, wordt het slachtoffer binnen vierentwintig uur schriftelijk hiervan in kennis gesteld.

Art. 14.
De minister of zijn gemachtigde neemt een beslissing over de uitgaansvergunning of het penitentiair verlof binnen zeven dagen volgend op de aanhouding van de veroordeelde.
Deze met redenen omklede beslissing wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk meegedeeld aan de veroordeelde, het openbaar ministerie en de directeur.
Ingeval het een beslissing betreft inzake een penitentiair verlof, wordt het slachtoffer binnen vierentwintig uur schriftelijk hiervan in kennis gesteld.

HOOFDSTUK IV. – De onderbreking van de strafuitvoering Art.15-20
Art. 15.
§ 1. De onderbreking van de strafuitvoering schorst de uitvoering van de straf voor een duur van maximum drie maanden, die kan worden hernieuwd.
§ 2. De onderbreking van de strafuitvoering wordt aan de veroordeelde toegekend om ernstige en uitzonderlijke redenen van familiale aard.
§ 3. De verjaring van de straf loopt niet tijdens de onderbreking van de strafuitvoering.

Art. 16.
De onderbreking van de strafuitvoering wordt niet toegestaan wanneer er in hoofde van de veroordeelde tegenaanwijzingen bestaan; deze tegenaanwijzingen hebben betrekking op het gevaar dat de veroordeelde zich aan de uitvoering van zijn straf zou onttrekken, op het risico dat hij tijdens de onderbreking van de strafuitvoering ernstige strafbare
feiten zou plegen of op het risico dat hij de slachtoffers zou verontrusten.

Art. 17.
§ 1. De onderbreking van de strafuitvoering wordt toegekend door de minister of zijn gemachtigde, op schriftelijk verzoek van de veroordeelde en na een met redenen omkleed advies van de directeur.
De minister of zijn gemachtigde en de directeur kunnen de Dienst Justitiehuizen van de federale overheidsdienst Justitie opdragen een beknopt voorlichtingsrapport op te stellen of een maatschappelijke enquête te houden over de ernstige en buitengewone familiale redenen die de veroordeelde aanvoert om een onderbreking van zijn strafuitvoering te
vragen. De Koning bepaalt de inhoud van dat beknopt voorlichtingsrapport en van die maatschappelijke enquête.
§ 2. Binnen veertien dagen na ontvangst van het verzoek van de veroordeelde neemt de minister of zijn gemachtigde een beslissing. Deze met redenen omklede beslissing wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk meegedeeld aan de veroordeelde, het openbaar ministerie en de directeur.
Het slachtoffer wordt, binnen vierentwintig uur, schriftelijk in kennis gesteld van de toekenning van een onderbreking van de strafuitvoering.
§ 3. De beslissing van de toekenning van een onderbreking van de strafuitvoering bepaalt de duur ervan.

Art. 18.
De onderbreking van de strafuitvoering kan worden verlengd op verzoek van de veroordeelde volgens de in artikel 17 bepaalde procedure.

Art. 19.
Indien de veroordeelde de fysieke of psychische integriteit van derden ernstig in gevaar brengt, kan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de veroordeelde zich bevindt, zijn voorlopige aanhouding bevelen. Hij deelt onmiddellijk zijn beslissing mee aan de minister of zijn gemachtigde.
De minister of zijn gemachtigde neemt een beslissing over de voortzetting van de onderbreking van de strafuitvoering binnen zeven dagen volgend op de aanhouding van de veroordeelde. Deze met redenen omklede beslissing wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk meegedeeld aan de veroordeelde, het openbaar ministerie, de directeur en het slachtoffer.

Art. 20.
Behalve in het in artikel 19 bedoelde geval, neemt de onderbreking van de strafuitvoering van rechtswege een einde ingeval de veroordeelde opnieuw wordt opgesloten.
Teneinde opnieuw de onderbreking van de strafuitvoering te verkrijgen, moet de veroordeelde een nieuw schriftelijk verzoek indienen.

CAW De Poort – Justitieel welzijnswerk – team trajectbegeleiding

Gearchiveerd onder: Justitiediensten — Tags:, — unicorn4u @ 18:43

CAW De Poort – Justitieel welzijnswerk – team trajectbegeleiding.

Oudere berichten »

Theme: Silver is the New Black. Blog op Wordpress.com. Fonts on this blog.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.