Detentieplanning
Basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden Wet van 12/01/2005 Belgisch staatsblad 01/02/2005
HOOFDSTUK I
Onderzoek naar de persoon en de levenssituatie van de veroordeelde
Zodra de veroordeelde ingesloten en onthaald werd, wordt een aanvang gemaakt met een onderzoek naar zijn persoon en levenssituatie met het oog op het opstellen van het in artikel 38 bedoelde individueel detentieplan.
Van dit onderzoek kan worden afgezien wanneer dit, gelet op de korte duur van het te ondergaan gedeelte van de vrijheidsstraf, niet aangewezen is en de veroordeelde hiermee instemt of wanneer de veroordeelde geen detentieplan wenst. De instemming of de omstandigheid dat de veroordeelde geen detentieplan wenst, waarop door de veroordeelde steeds kan worden teruggekomen, wordt opgetekend in een door de Koning vast te stellen formulier.
Indien de veroordeelde reeds een vrijheidsstraf ondergaat, mag het onderzoek beperkt blijven tot aangelegenheden die rechtstreeks van belang zijn om een reeds bestaand individueel detentieplan eventueel bij te stellen.
Wat is het doel van een detentieplan en waarom is een onderzoek naar de persoon en de levenssituatie van de veroordeelde hierbij belangrijk?
1° om de schade door de gevangenneming voor de gevangene zoveel mogelijk te beperken.
2° om het doel van de straf te individualiseren;
3° om, zo nodig, de beslissing tot plaatsing oordeelkundig bij te stellen op grond van gegevens die worden verkregen tijdens het in de bepalingen onder 1° en 2° bedoelde onderzoek.
De veroordeelde heeft het recht kennis te nemen van de onderzoeksresultaten.
Wanneer omstandigheden eigen aan de problematiek van de veroordeelde of aan het misdrijf waarvoor hij veroordeeld werd een bijzonder onderzoeksprogramma noodzakelijk maken, kan de veroordeelde met het oog op dit onderzoek overgeplaatst worden naar een door de Koning aan te wijzen gespecialiseerd centrum.
HOOFDSTUK II. – Individueel detentieplan
Op basis van het voormelde onderzoek naar de persoon en de levenssituatie van de gevangene wordt, in overleg en met medewerking van de veroordeelde, een individueel detentieplan uitgewerkt.
Het detentieplan wordt opgesteld in de strafinrichting of de afdeling waar de veroordeelde geplaatst is of waarnaar hij werd overgeplaatst.
Het individueel detentieplan bevat:
• een schets van het detentietraject
• in voorkomend geval, een schets van de activiteiten die op herstel gericht zijn, met name de schade die de slachtoffers opgelopen hebben.
• de eventuele adviezen over overplaatsingen die voor de veroordeelde redelijkerwijze in het vooruitzicht kunnen worden gesteld, rekening houdend met de duur van de uitgesproken straffen, met de criteria voor de toepassing van bijzondere wijzen van tenuitvoerlegging en van vervroegde invrijheidstelling of met de datum van definitieve invrijheidstelling.
• voorstellen van activiteiten waaraan de veroordeelde zal deelnemen, zoals :
- 1° in het kader van de strafuitvoering beschikbare of beschikbaar te stellen arbeid;
- 2° onderwijs- of vormingsprogramma’s, opleidings- of omscholingsactiviteiten en andere activiteiten die op reïntegratie gericht zijn;
- 3° psychosociale begeleidingsprogramma’s of medische of psychologische behandelingsprogramma’s.
- Het detentieplan wordt opgesteld rekening houdend met de mogelijkheden van de gedetineerde en van de penitentiaire administratie.
Het detentieplan wordt opgenomen in een samenwerkingsprotocol dat ondertekend wordt door de veroordeelde en door de directeur.
Het individueel detentieplan wordt, in samenwerking met de veroordeelde, in de loop van de detentie zoveel als nodig aangevuld, nader geconcretiseerd en bijgestuurd, onder meer in functie van de evolutie van de veroordeelde en van gerechtelijke of administratieve beslissingen die zijn detentietraject beïnvloeden of kunnen beïnvloeden.